dinsdag 16 september 2014

Blokje Gouds: Geduvel om de hoek

We hebben het vroeger allemaal wel tijdens een geschiedenisles gehoord, de aanhouding van Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis, te Gouda.

Nu is een snufje geschiedvervalsing  nooit zo erg, tenzij je op zoek gaat naar de plaats delict.
Goejanverwellesluis gevonden, ik kan jullie zeggen dat het niet direct bij Gouda is. Dat is slechts een knullig detail.

Wilhelmina van Pruisen, de vrouw van stadhouder Willem V had in het jaar 1787 zo de pest in dat haar man uit Den Haag was verjaagd.
In die tijd waren er twee groepen die het zo oneens waren met elkaar, de patriotten en de orangisten.
Ja, dat speelde toen ook al, de pro Willem en de anti Willem luitjes. Wat toen patriot was zouden we nu eerder "republikeins" noemen.

De Duitse Willemien was niet zo content met dat feit en trok de stoute schoenen aan.
Vanuit hun woonplaats Nijmegen vertrok ze naar Den Haag, ze wilde eens gaan praten over de positie van haar man. Of eigenlijk er een duobaan van te maken.

In 1787 bestond er nog geen TomTom, anders had ze vast een minder toeristische route gekozen.
Facebook was niet nodig, want ook toen wist de verloofde van het kamermeisje van Willemien al dat ze die kant op zou komen.
Die kon op zijn beurt zijn mond niet houden en zo wisten de Goudse patriotten waar haar op te wachten.

Dat was niet in Gouda, dat was niet bij de eerder genoemde sluis, het bleek op een boerenweg te zijn die nu Bonrepas heet (in de volksmond Boenderpas) . Hoe het weggetje toen heette? Geen idee, want die luxe naam kreeg het veel later van Lodewijk Napoleon, hij vond het er goed toeven met- en na een maaltijd.

De Goudse patriotten wachtte haar op en hielden haar aan.
Men besloot de reis voort te zetten via de IJsseldijk, maar daar stonden haar fans haar toe te juichen.
De boel werd afgezet (ook toen al) en Willemien moest met haar gezelschap naar Hekendorp.

Ze werd bij de Goejanverwellesluis over gezet, daar kon men even wat eten.
Inmiddels had Willemien vast nog meer de pest in.
De boerderij waar ze zaten bleek niet geschikt als Bed&Breakfast dus liet men haar kiezen, overnachten in het kasteel van Woerden, of een enkeltje met het pontje naar Schoonhoven.

Willemien was verstandig, koos eieren voor haar geld. Nu lijkt overnachten in een kasteel een luxe, maar zij vreesde terecht voor een slechte kamer, de kerker.

Zo moest ze uiteindelijk terug naar Nijmegen.  Einde verhaal? Nee hoor, een prinses laat dat niet zomaar voorbij gaan.
Zeker niet als je een machtige broer hebt, en die had ze.
Frederik Willem II van Pruisen stuurde tussen de 20.000-30.000 soldaten naar Holland en eiste genoegdoening.

Die zorgden er voor dat de opstand der patriotten de kop in werd gedrukt.
Uiteindelijk konden Willem en Wilhelmina weer terug naar Den Haag.

Goejanverwellesluis 2014



















maandag 15 september 2014

Zwijnerij

Hoe durven ze? Het is ongehoord en abject!
Wat? Nou dat stel zwijnen dat een nieuw gebied lijkt te zoeken. Daar hebben zij geen recht op.

Joepie als er een wilde kat is gezien, joechei als een wolf of een oehoe ons weet te vinden.
Maar zwijnen die eens ondernemend gaan worden, dat moet we niet hebben.
En al helemaal niet als ze zich illegaal vanuit een gebied willen verplaatsen.

Nu is dat al bizar genoeg. Maar je zondag zal zo beginnen.
Je bent wellicht vrijwilliger bij de brandweer, je verheugde je de avond ervoor op uitslapen en een ontbijtje.
Maar nee, de telefoon gaat, zwijnen te water.

Niks eerst verse koffie en een croissantje, hup, naar de plaats des onheils.
Een volwassen zwijn weegt wel iets, dus die til je niet uit het water, als ze al mee zouden werken.
Nu is onze brandweer niet het type mensen wat het opgeeft, ze zijn bezig de zwijnen te redden en dat zou ontzettend veel voldoening moeten geven.

Helaas, ergens uit een slecht script, staat er dan een al over de datum heen manspersoon met een schietijzer aan de wal.
Die zwijnen dienen hier niet te zijn, pief-paf-poef.

Deze redder van de natie mompelde nog even iets over varkenspest en te dicht bij de bebouwde kom.
Als iets de pest is voor die varkens is hij het wel.
Ik erger me kapot aan dat soort uit een boek gelopen figuren met zo'n Jip-en-Janneke jagershoedje.

Had men die zwijnen niet terug kunnen brengen naar een gebied waar ze wel mogen lopen?
Maar nog beter, had die organisatie, welke het ook is, niet even dat tikje fatsoen in hun donder kunnen hebben dat niet te doen onder het oog van hun redders?
Of was het te moeilijk te mikken op een zwemmend zwijn?

Petje af voor de brandweer en boe tegen die "jager".


zondag 14 september 2014

Blokje Gouds: Een iglo?

Een prachtige nazomermiddag, open monumentendag.  Dat vraagt om lekker rondstruinen in de binnenstad. Dit weekend hebben ze het handig gedaan, het is tevens open galerie route.

Het leuke van zo'n dag is dat je eens ergens binnen kan lopen waar je anders nooit komt.
Ideaal voor nieuwsgierige mensen.

Nu kent ons kleine centrum veel kerkgenootschappen, het werd zodoende een deel "kerk hoppen".
Van de voormalige synagoge (nu de vrije evangelische gemeente) door naar de christelijk gereformeerde kerk, daar aan de koffie gezeten. Tussendoor even een atelier bezocht, op naar de oud-katholieke kerk, volgend bezoekje werd de Maasbach kerk.

Die kerk, door de bewoners van Gouda de Gouwe kerk genoemd is best groot en erg hoog.
Ook al toont de kerk oud, het is een relatief jong gebouw.

Op de plaats van de Gouwe kerk (de echte naam is Sint-Jozef kerk) heeft eerder een kerk gestaan.
Ooit een deel schuilkerk, dat was rond 1650. Natuurlijk fikte er weer eens iets af, en tja, dan kan je weer iets anders neerzetten.

In 1767 kwam er een nieuwe kerk die in 1877 werd afgebroken.
Uiteindelijk begon men in 1902 met de bouw van de neogotische Sint-Jozef kerk, die kan dan wel even mee zou je denken.
Helaas vond het bestuur het nodig de kerk een kleine 70 jaar later te koop te zetten.
En wie koopt er nu nog een kerk?

Dat deed J. Maasbach, in 1979.  Om daar Blessings te houden.
Maar of deze onderneming nu een zegening is? Ik kwam berichten tegen dat de kerk sinds 2008 weer te koop staat, en zag een vraagprijs van 3,5 miljoen.
Of dat nog steeds zo is, geen idee. De vrijwilliger mompelde wel iets over de stookkosten.
En het gebouw is nog steeds in gebruik.

Ik vond het erg leuk daar eens binnen te kijken, het enthousiaste verhaal over het gebouw te horen.
Maar een beetje verrassend was het ook wel, bij binnenkomt vroegen we ons af wat die iglo in de kerk doet.
Bij navraag bleek dat een decorstuk te zijn van een musical, geen iglo, maar het graf van Jezus.

Iglo, graf het is wel iets heel anders, maar zeg nou zelf?



woensdag 10 september 2014

Oud

Er zijn van die momenten dat ik graag op pad ga om oude vervallen dingen op de foto te zetten.
Een geoefend oog ziet steeds meer oud en scheef, verzakt of nog maar een klein stukje van over.

Zo is er bij Oudewater, ergens in een weiland, een stuk muur.
Het staat er zomaar te staan, al eeuwen lang.



Dit brok ruïne heet Huis te Vliet.
Ooit een kasteel, gebouwd in roerige tijden, de tweede helft van de 13e eeuw.

Roerige tijden? Tja, geharrewar tussen graven en dat soort lui.
De Hoekse en Kabeljauwse twisten, maar die gingen dit huisje voorbij.
Hoelang het een kasteel is geweest is niet zeker, er is nog wel een tekening uit de 17e eeuw waar er al weinig van over is.

Als ik lees over haar bewoners komt er een lange rij aan adellijke namen voorbij.
Nu klinkt Heer van Vliet, Hoenkoop en Bergambacht wel heel chic, maar Vliet is een polder, Hoenkoop een buurtschap en Bergambacht was in die tijd vast een kleine agrarische gemeente.
Hoe belangrijk kon je dan zijn?

Een beetje kasteel had dan toch ook wel kerkers, maar de slotheer kreeg toestemming gevangenen elders te huisvesten.
Dat doet vermoeden dat het toen al een bouwval was. Stadhouder Willem III (ja, die uit Engeland kwam varen) noemde het ook al een ruïne.
Er zal in de loop der eeuwen nog wel wat af zijn gebrokkeld, tot wat het nu is.

Door de verkoop eind 18e eeuw kwam het in bezit van Theodorus Bisdom, die daar gelijk zijn kans schoon zag zijn naam wat langer te maken. Bisdom van Vliet.
Die familie behoudt de ruïne en een boerderij tot 1923, daarna gaat het over naar de Stichting Bisdom van Vliet.

Een klein museum in Haastrecht heeft daar nog de bezittingen van Bisdom van Vliet, de weduwe van de laatste in lijn, Paulina Maria Lefèvre de Montigny-Bisdom van Vliet ligt aan de overkant van het museum in een mooi graf. Te vinden in het Haastrechtse bos.

Als kind heb ik vaak gedacht dat ik het vreemd vond dat er daar een bisdom was.
Al doende leert men, en het blijft altijd wat dagdromen wat er met dat kasteel gebeurd is.

Sinds 1985 zijn zowel de ruïne en de boerderij particulier bezit.
Tja, wat moet je met zo'n brok steen in je  tuin? Ik geef toe, het is weer eens wat anders dan een tuinbeeld.



dinsdag 2 september 2014

Op blote voeten

Ik zat wat in het natuurblad Roots te lezen, las de column van boswachter André Donker.
Over een blote voetenwandeling.
Na het lezen heb ik hier even hard zitten lachen, nee André, ik zat je niet uit te lachen maar ik zag het zo voor me, op blote voeten in de duisternis.

Ik val in de categorie stuntende wandelaars (stuntelig mag ook).
Gelukkig, soms met een engeltje op mijn schouder. Ik liep vorig jaar zomer in een gebiedje waar staat "blijf op de paden". Ik heb er nog nooit een pad ontdekt.
Er was net gemaaid, ik zocht naar een gentiaan, verstapte me eerst om niet over een ringslang te struikelen om daarna netaan kikkertjes te ontwijken, om op een centimeter of 2 naast een wespenvergadering te eindigen.

Nu doe ik al mijn stunts zelf, afgelopen voorjaar wandel ik met iemand in de Groene Jonker.
Ergens zie ik een olifanten paadje en ben dan nieuwsgierig, ik wil weten wat daar speciaal is.
Dan sta ik daar en zie een plantje, met dat ik probeer te bedenken welk moerassoort  dat is, en hardop zeg "hee een moeras..."  flots, schoenen vol water.

Kan ook gebeuren dat ik ergens wandel, een vreemd soort zwammetje zie, wil het op de foto, wurm me door het struikgewas om er halverwege achter te komen dat zowel jas, sjaal, en haar gevangen zijn door braamstruik.
Vervolgens een soort gestuntel uithalen, sjaal los, mouw vast, haar los, hand onder de krassen.
Met als enige toeschouwer een lokale fazant.

Mij op blote voeten in het duister loslaten lijkt me geen goed plan.
Ik woon in het laagveen, wij hebben geen zand en geen beekjes. Op blote voeten door een turfafgraving te lopen, nee.

Ik voorzie, zeker in het duister dat ik er uitkom met aan één voet een muskusrattenklem en aan de ander een bosje Amerikaanse rivierkreeftjes. Daarbij ben ik nog zo nachtblind als een geblinddoekte uil.

Overigens is er door het aantal scheermesschelpen  op het strand ook niet zo leuk meer blootsvoets te lopen.



zondag 31 augustus 2014

We krijgen er allemaal wat bij

Dat is het snoepje wat ons kabinet ons wil voorhouden.

Lastenverlichting, zeker voor de hoge inkomens. Ja, maar de laagste inkomens krijgen er ook een beetje bij. En juist voor hen is er een beetje bij meestal een stapje terug. Je krijgt er 20 euro bij maar daar ga je 35 euro meer op achteruit. Belastingtechnisch.

Ik was vorig jaar blij, 7 euro minder aan zorgverzekering, de blijdschap was al rap over want het werd ook bijna 20 euro minder aan zorgtoeslag.
Eigenlijk is het dus more is less!

Net als het verhaal van ja dit kan je dus niet maar volgens ons systeem kan je het wel zoveel uur per week, wees blij! Je kan bukken en buigen en je bent soepel, zegt de computer. Je kan meedoen!

Ik weet wat dat meedoen is, dat is gewoon meedoen met de armoede brigade omdat een systeem zegt je bent soepel en zo een kwart van je inkomen wegpikt.  En dat was een kwart netto van wat ze al eerder 70% aan bruto inschatte.

Ga je nog je best doen met toegestane bijverdiensten, komt er een crisis. En dan zijn we er net uit, en oh oh we krijgen er wat bij.
Het zal wel weer 10 euro per maand zijn waarover ik dan weer 15 euro belasting over moet betalen.

Ik weet niet wat jij verdiende in 1995, maar bedenk eens als je nu ongeveer op 33% zit.
Een van de rijkste landen. Dan de eindjes aan elkaar zien te knopen.

Dit is een dag dat ik er moedeloos van word.


maandag 25 augustus 2014

Zij daar, op dat bankje



Gisteren liep ik in het charmante stadje Oudewater.
Het was zonnig, een gezellige drukte op de terrasjes en langs het water.
Al wandelend kom je dan hier en daar een beeld of beeldengroep tegen.
Het gezin op het bankje had ik jaren geleden al eens gezien en mij werd verteld dat het Herman de Man en zijn gezin moet voorstellen.

Er zijn ongetwijfeld lezers die de naam Herman de Man niet kennen. Maar misschien als ik zeg "Het wassende water" gaat er vast een belletje rinkelen.
Die serie, ergens halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw is gebaseerd op zijn roman uit 1925.
Daar begon de bekendheid van jonge acteurs als Thom Hoffman en Sjoerd Pleijsier.

Herman de Man, ik heb een aantal van zijn romans gelezen. Tamelijk uit de tijd en de streekroman is niet echt mijn genre. Maar het speelt zich af in de streek die ik het beste ken.
Zijn verhalen zijn somber, nors, niets leuks te beleven aan dat volk in de Krimpenerwaard.

Toen ik gisteren bij het beeld stond te lezen wat het moet voorstellen trof ik een autochtone "Geelbuik"
Een oude bijnaam voor de bewoners van Oudewater.
De man wees naar de beelden en siste "Het was een Jood". Ik weet nog steeds niet of dat minachtend of informatief klonk.
Ik keek de man aan en vroeg "wie" Nou die schrijver dus.
Nu zijn eenzame oudere heren op bankjes over het algemeen spraakzaam en zo kreeg ik in korte tijd het verhaal.

Herman de Man was de schrijversnaam van Salomon Heman Hamburger.
Een zoon van niet erg rijke ouders, zij verhuisden geregeld om aan de kost te komen.
Salomon, kortweg Sallie, ging naar de ULO, maar om wat geld bij te dragen moest hij ook samen met zijn vader de boer op, spullen verhandelen.

De omgang met Calvinistische boeren maakte hem niet echt blijmoedig, terug te lezen in zijn roman "De barre winter van 90".
Hij werd moeilijk, net als zijn Gieljan Beijen uit Het wassende water.
Hij weigerde dienst te nemen, zat twee jaar gevangen. Kort daarna was er iets van fraude, hij vluchtte naar België maar bij terugkeer ging hij weer voor twee maanden het gevang in.

In 1923 leerde hij zijn vrouw kennen, ze trouwden een jaar later en kregen 8 kinderen waarvan er eentje vroeg overleed.
Een paar jaar later besloot hij katholiek te worden en in 1930 vestigden zij zich in 'S Hertogenbosch.

Een huis vol kinderen, gevluchte Joodse mensen uit Duitsland, voor het schrijven moest hij rust hebben.
Om alles rustig op papier te zetten vertrok hij voor een tijdje naar Frankrijk.
Maar toen, ja toen brak de oorlog uit. Hij kon niet meer terug naar huis. Via omzwervingen belandde hij in 1943 in Londen, werkte voor o.a. radio Oranje, kreeg toen de naam De Man.

De koppige De Man kreeg ruzie en werd overgeplaatst naar Curacao. Inmiddels waren zijn vrouw en 4 van hun kinderen al opgepakt en afgevoerd naar Auschwitz. De oudste zoon werd te werk gesteld. Hij vluchtte maar liep een SS kamp binnen en werd ter plekke doodgeschoten.

Toen Sallie in 1945 weer thuiskwam en vernam wat er met zijn gezin was gebeurd brak hij.
Met zijn 2 overgebleven kinderen, die dankzij hulp de oorlog overleefden vertrok hij naar Eindhoven, ging in de autohandel.
Zijn tegenslag bleef hem achtervolgen, na een zakenreisje naar Engeland stortte bij terugkeer zijn vliegtuig neer.

Het gezin op het bankje stelt niet zijn gezin voor, het is een boerengezin. Het soort volk waar hij over schreef.
Het beeld is in 1977 onthuld.