Ik had verwacht dat zodra er een kabinet is waar geen Wilders aan te pas komt, ook niet gedoog iets dat ze dan de tijd rijp vindt.
Was maar een theorie van mij en ik kan er erg naast zitten.
Maar wat heeft ze gelijk zeg, nu nog gezond van lijf en leden, tijd voor haar hobby's,
oma zijn.
En wat fijn dat het nieuws nu eens niet was uitgelekt, dat ze ons lekker kon verrassen.
Heb ik iets met onze vorstin? Eigenlijk wel. Diep respect voor haar, een ware vakvrouw.
Een meer dan prima ambassadeur voor ons landje.
Maar wat een baan zeg!
Natuurlijk zijn er tegenstanders, wat kost het allemaal? Wat kost een president?
Persoonlijk ben ik blij met iets oubollig als een monarchie en de onze is nog vrij "jong".
Er zijn ook heel wat mensen die twijfelen aan haar opvolger. Maar blijkbaar twijfelt niemand aan zijn echtgenote.
Ik denk dat zij het samen heel goed zullen doen.
Al is een kreet als koningsdag wel even wennen. En zal het worden passen en meten met de mei vakanties.
Hoewel, de eerste ronde in 2014 valt al gelijk op een zondag dus vieren we het op een zaterdag.
En men zal in De Rijp en Amstelveen even sip hebben gekeken, die zijn een jaartje in de wacht gezet.
Wat zal het gaan worden? Vast weer veel van hetzelfde, de lokale scouting, een volksdansgroepje, het koekhappen.
Zeg nu zelf, dat doe je niet met een president.
Er blijft toch nog één prangende vraag over, hoe vertel je het je kinderen?
Aan de ontbijttafel "lieve schatten, pappa gaat koning worden"?
dinsdag 29 januari 2013
maandag 28 januari 2013
Doe maar een roze
Nee, gaat niet over Barbie, maar wel een leuk ander cadeautje voor kleine meisjes.
Hun eigen vuurwapen. Erg Amerikaans.
Ik vind het hier al sterk overdreven dat alles vanaf een jaar of 6 blijkbaar al een mobieltje nodig heeft,
maar dat is altijd nog beter dan een roze vuurwapen.
Waarom roze? Dan gaat je broertje er niet mee vandoor.
In Brandpunt vertelt een vrouw waar ze allemaal wapens heeft liggen.
Je weet tenslotte maar nooit.
Stel je voor, je treft een verkrachter, hup nachtkastje open en vuurwapen pakken?
Wie zegt me dat hij er al niet eentje op je heeft gericht?
En als je eigen echtgenoot je gaat verkrachten? Nee, die zal dan niet weten waar je schietijzer ligt?
Je koopt wapens om je kinderen te verdedigen, of beter, je geeft je kind een wapen.
Pakje brood mee, flesje drinken, en oh schatje, vergeet je colt niet!
En voor je het weet een schoolbus met een paar doden.
Die wapenlobby, het zijn en stel enge brallers zeg.
Denken ze nu echt dat je met meer wapens minder schietincidenten krijgt?
Natuurlijk gaat het hen om de verkoop. En hun nieuwe doelgroep, de huisvrouw.
Heb je de wat meer desperate housewives in goeie doen gaan ze leuke weekends organiseren.
Dolletjes, allemaal je reis Vuitton pakken en de vuurwapens mee.
Meisjes, ga toch lekker quilten.
Geef je kind een boek of een puzzel.
Mhh, misschien eens een leuk uitje voor de Red Hats, maar moeten ze wel eerst een rood dubbelloopsgeweer maken. Met een bijpassende hoes natuurlijk.
Hun eigen vuurwapen. Erg Amerikaans.
Ik vind het hier al sterk overdreven dat alles vanaf een jaar of 6 blijkbaar al een mobieltje nodig heeft,
maar dat is altijd nog beter dan een roze vuurwapen.
Waarom roze? Dan gaat je broertje er niet mee vandoor.
In Brandpunt vertelt een vrouw waar ze allemaal wapens heeft liggen.
Je weet tenslotte maar nooit.
Stel je voor, je treft een verkrachter, hup nachtkastje open en vuurwapen pakken?
Wie zegt me dat hij er al niet eentje op je heeft gericht?
En als je eigen echtgenoot je gaat verkrachten? Nee, die zal dan niet weten waar je schietijzer ligt?
Je koopt wapens om je kinderen te verdedigen, of beter, je geeft je kind een wapen.
Pakje brood mee, flesje drinken, en oh schatje, vergeet je colt niet!
En voor je het weet een schoolbus met een paar doden.
Die wapenlobby, het zijn en stel enge brallers zeg.
Denken ze nu echt dat je met meer wapens minder schietincidenten krijgt?
Natuurlijk gaat het hen om de verkoop. En hun nieuwe doelgroep, de huisvrouw.
Heb je de wat meer desperate housewives in goeie doen gaan ze leuke weekends organiseren.
Dolletjes, allemaal je reis Vuitton pakken en de vuurwapens mee.
Meisjes, ga toch lekker quilten.
Geef je kind een boek of een puzzel.
Mhh, misschien eens een leuk uitje voor de Red Hats, maar moeten ze wel eerst een rood dubbelloopsgeweer maken. Met een bijpassende hoes natuurlijk.
zaterdag 26 januari 2013
Het blijft een raadsel
Bezint eer ge begint.
Dat is weer eens wijsheid achteraf. Een tijdje geleden plaatste ik hier een foto.
Een blog met een foto van dames bij een groot gebouw. Geen idee wat voor een gebouw.
Ik kreeg tips als een rusthuis, een station, probeer het eens op een site voor stamboomonderzoek.
Het station valt af, het zoeken op een stamboomsite, dat werd een tijdvreter.
Ik heb geen oplossing gevonden, wel een "verre neef".
Daar zit ik nu soms per e-mail even mee te bomen. Maar ja, nu wil hij weer een generatie verder.
Voordeel als je uit een nest van bewaarders komt is dat iemand werkelijk alles bewaarde.
Zoals de rouwkaarten van ooms en tantes. Een nicht gebeld, oh ja, die heeft nog van alles.
En gelukkig wist ze ook nog alle verjaardagen anders heb je weer een probleem met geboortedata.
Op de rouwkaart staat wel datum van overlijden en op die en die leeftijd. Dan is het terugrekenen.
Alle data netjes per e-mail opgestuurd. Nu blijkt verre neef in de winter extra veel stamboomwerk te doen.
Of ik weet wanneer ze zijn getrouwd? Nee. Wel met wie en hoeveel kinderen en met wie die weer zijn getrouwd en hoeveel kinderen zij hebben, maar vrijwel al mijn neven en nichten zijn inmiddels ook grootouders.
Eentje zelfs al overgrootmoeder, maar die heeft vals gespeeld, zij trouwde een veel oudere man met al een tienerdochter.
Het grote leeftijdsverschil tussen de oudste dochter van de oudste tante en mij, de jongste dochter van de jongste van de vorige generatie bracht voor mijn nichtje soms ook verwarring.
Als 3-jarige vond ze mij onbeleefd dat ik mijn nicht niet keurig als tante aansprak.
Net alsof zij me ooit tante noemde!
Maar heus, zo'n oude dame kon nooit mijn nicht zijn.
De foto, tja het blijft een raadsel, zelfs nu ik een tweede heb gevonden. Het lijkt net alsof de paus in de deuropening staat, maar ik vermoed dat het een arts was.
De optie rusthuis blijft open, voor een gewoon ziekenhuis ziet het er eigenlijk veel te chic uit.
De grote stenen leeuw, heel wuft, de bloempotten op de traptreden, en een vast heerlijk prieeltje aan de zijkant.
Ik vermoed dat ik de foto maar eens aan streekarchieven moet sturen.
Snuffelen in de oude doos is soms best vermoeiend.
Dat is weer eens wijsheid achteraf. Een tijdje geleden plaatste ik hier een foto.
Een blog met een foto van dames bij een groot gebouw. Geen idee wat voor een gebouw.
Ik kreeg tips als een rusthuis, een station, probeer het eens op een site voor stamboomonderzoek.
Het station valt af, het zoeken op een stamboomsite, dat werd een tijdvreter.
Ik heb geen oplossing gevonden, wel een "verre neef".
Daar zit ik nu soms per e-mail even mee te bomen. Maar ja, nu wil hij weer een generatie verder.
Voordeel als je uit een nest van bewaarders komt is dat iemand werkelijk alles bewaarde.
Zoals de rouwkaarten van ooms en tantes. Een nicht gebeld, oh ja, die heeft nog van alles.
En gelukkig wist ze ook nog alle verjaardagen anders heb je weer een probleem met geboortedata.
Op de rouwkaart staat wel datum van overlijden en op die en die leeftijd. Dan is het terugrekenen.
Alle data netjes per e-mail opgestuurd. Nu blijkt verre neef in de winter extra veel stamboomwerk te doen.
Of ik weet wanneer ze zijn getrouwd? Nee. Wel met wie en hoeveel kinderen en met wie die weer zijn getrouwd en hoeveel kinderen zij hebben, maar vrijwel al mijn neven en nichten zijn inmiddels ook grootouders.
Eentje zelfs al overgrootmoeder, maar die heeft vals gespeeld, zij trouwde een veel oudere man met al een tienerdochter.
Het grote leeftijdsverschil tussen de oudste dochter van de oudste tante en mij, de jongste dochter van de jongste van de vorige generatie bracht voor mijn nichtje soms ook verwarring.
Als 3-jarige vond ze mij onbeleefd dat ik mijn nicht niet keurig als tante aansprak.
Net alsof zij me ooit tante noemde!
Maar heus, zo'n oude dame kon nooit mijn nicht zijn.
De foto, tja het blijft een raadsel, zelfs nu ik een tweede heb gevonden. Het lijkt net alsof de paus in de deuropening staat, maar ik vermoed dat het een arts was.
De optie rusthuis blijft open, voor een gewoon ziekenhuis ziet het er eigenlijk veel te chic uit.
De grote stenen leeuw, heel wuft, de bloempotten op de traptreden, en een vast heerlijk prieeltje aan de zijkant.
Ik vermoed dat ik de foto maar eens aan streekarchieven moet sturen.
Snuffelen in de oude doos is soms best vermoeiend.
maandag 21 januari 2013
Heempad januari 2013
Sinds een jaar kom ik geregeld in een klein hoekje van mijn stad. Ik wist dat het bestond maar er nooit eerder geweest.
En ook dat begon per ongeluk. Ik zocht op de site van het afvalbedrijf naar de data voor ophalen plasticafval
en viel per abuis in de afdeling groenexcursies.
Het afvalbedrijf heeft dus een ecoloog in dienst die ongeveer eens per maand met een groepje op stap gaat.
Zo leerde ik stukjes van mijn stad kennen waar ik zelden of niet eerder kwam.
Groenexcursie is natuurlijk een breed begrip en ook erg afhankelijk van het weer.
Een libellewandeling kan eindigen zonder dat je er eentje zag.
Het heempad is een klein gebiedje aangelegd achter wat flats, een beetje hobbygroen van de ecoloog.
Ministukjes landschap die in de regio voorkomen. Een stukje schraal grasland, een stukje moeras, een stukje houtdijk, alles bij elkaar wellicht een voetbalveld?
Nu is hobbygroen niet echt een nette term. Maar het zal de vogels een worst wezen. Het stikt er van het kleine zanggrut, er broeden grote bonte spechten, er is een nest sperwers.
Het leukste is dat telkens als je er komt het er weer anders uitziet.
In het voorjaar begint het met het daslook, kort erna de dotters en verderop de kievitsbloempjes.
In een pad met meet struiken staan de bosanemoontjes. Weer iets later verschijnen er orchissen, de koekoeksbloemen en dan volgt adderwortel.
Het is niet groot, maar soms erg verrassend. Een leuk klein hoekje Gouda, niet zo ver bij huis vandaan.
Mijn plan is er geregeld foto's te maken.
Nu ging ik vandaag eigenlijk voor de vogels. Ik trof het, er zat een troepje kramsvogels erg aanwezig te zijn.
Luid aanwezig te zijn!
Voor het groen hoef je er nu niet te zijn, het is kaal. Zo kaal dat je alle omliggende flats ziet en je je niet voor kan stellen dat er over een paar maanden weer van alles valt te ontdekken.
Op 20 januari trof ik het zo:
En ook dat begon per ongeluk. Ik zocht op de site van het afvalbedrijf naar de data voor ophalen plasticafval
en viel per abuis in de afdeling groenexcursies.
Het afvalbedrijf heeft dus een ecoloog in dienst die ongeveer eens per maand met een groepje op stap gaat.
Zo leerde ik stukjes van mijn stad kennen waar ik zelden of niet eerder kwam.
Groenexcursie is natuurlijk een breed begrip en ook erg afhankelijk van het weer.
Een libellewandeling kan eindigen zonder dat je er eentje zag.
Het heempad is een klein gebiedje aangelegd achter wat flats, een beetje hobbygroen van de ecoloog.
Ministukjes landschap die in de regio voorkomen. Een stukje schraal grasland, een stukje moeras, een stukje houtdijk, alles bij elkaar wellicht een voetbalveld?
Nu is hobbygroen niet echt een nette term. Maar het zal de vogels een worst wezen. Het stikt er van het kleine zanggrut, er broeden grote bonte spechten, er is een nest sperwers.
Het leukste is dat telkens als je er komt het er weer anders uitziet.
In het voorjaar begint het met het daslook, kort erna de dotters en verderop de kievitsbloempjes.
In een pad met meet struiken staan de bosanemoontjes. Weer iets later verschijnen er orchissen, de koekoeksbloemen en dan volgt adderwortel.
Het is niet groot, maar soms erg verrassend. Een leuk klein hoekje Gouda, niet zo ver bij huis vandaan.
Mijn plan is er geregeld foto's te maken.
Nu ging ik vandaag eigenlijk voor de vogels. Ik trof het, er zat een troepje kramsvogels erg aanwezig te zijn.
Luid aanwezig te zijn!
Voor het groen hoef je er nu niet te zijn, het is kaal. Zo kaal dat je alle omliggende flats ziet en je je niet voor kan stellen dat er over een paar maanden weer van alles valt te ontdekken.
Op 20 januari trof ik het zo:
zondag 20 januari 2013
M'n hoed, m'n jas...
Ik schrijf geregeld iets over mijn oma, maar net als ieder andere mens had ik twee oma's.
En ik heb ze beiden gekend.
De één een stuk beter dan de ander. Mijn lokale oma is op den duur bij een dochter in gaan wonen.
Het hoe en wat is mij nooit helemaal duidelijk geweest, maar het was een fikse scheiding van tafel en bed.
Toch, toen ik klein was, en de familie op zondag naar de kerk ging kwam zij op mij passen.
Behalve het spelletje met lichtvlekken via een spiegeltje kan ik me daar niets van herinneren.
De moeder van mijn vader was geen vrolijke vrouw. Misschien is ze dat ooit geweest, in haar jonge jaren, maar een echtgenoot die het niet zo nauw nam met sommige regels, de grote depressie van 1933 terwijl in die tijd haar jongste zoon naar een sanatorium moest hebben het er allemaal niet beter op gemaakt.
De jaren dat ze op zondag bij ons was hebben mijn moeder een punthoofd bezorgd.
Van haar weet ik dat als oma vertrok, of wenste te vertrekken ze dat kenbaar maakte met een paar korte bevelen.
"Mijn jas,mijn tas,mijn hoed, mijn schoenen en mijn vlees."
Dat vlees? Zal wel zo zijn geweest dat mijn moeder dat op zaterdag voor haar haalde?
Hoe dan ook, de gevleugelde woorden van mijn oma zijn haar eeuwig bijgebleven.
Natuurlijk zijn daar veel grappen over gemaakt.
Mijn ma had geen makkelijke schoonouders. Mijn opa kwam toen ik nog een kleuter was geregeld bij ons langs. Kwam hij met "de kleine meid"spelen. Dat was ik.
Ik vond hem een lieve opa, ook al wist ie toen niet eens mijn naam meer wist.
Ineens kwam hij niet meer, opa was "kinds".
Opa was toen opgeborgen in Leiden in het ziekenhuis. Zijn vrouw woonde elders en voor de rest, wie er nog naar hem omkeek?
Vaag weet ik nog van de paniek, opa was in pyjama uit het ziekenhuis ontsnapt en met de trein naar Gouda gekomen. Alleen wist hij niet meer waar hij heen moest.
De laatste keer dat ik hem heb gezien, in het Maria paviljoen, de "gekkenafdeling" van het Jozef paviljoen.
Ik weet nog dat ik hem een nieuw speelgoedje wilde laten zien, maar er kwam taal noch teken.
Oma leefde voort, ver weg in Tiel. En tot mijn broers grote verdriet moesten we daar verplicht op 1 januari altijd heen, haar verjaardag.
Al snuffelend in de fotodoos kwam ik dit kiekje tegen, en schoot even in de lach vanwege de hoed.
Daar hoefde ze tenminste niet achterheen.
En ik heb ze beiden gekend.
De één een stuk beter dan de ander. Mijn lokale oma is op den duur bij een dochter in gaan wonen.
Het hoe en wat is mij nooit helemaal duidelijk geweest, maar het was een fikse scheiding van tafel en bed.
Toch, toen ik klein was, en de familie op zondag naar de kerk ging kwam zij op mij passen.
Behalve het spelletje met lichtvlekken via een spiegeltje kan ik me daar niets van herinneren.
De moeder van mijn vader was geen vrolijke vrouw. Misschien is ze dat ooit geweest, in haar jonge jaren, maar een echtgenoot die het niet zo nauw nam met sommige regels, de grote depressie van 1933 terwijl in die tijd haar jongste zoon naar een sanatorium moest hebben het er allemaal niet beter op gemaakt.
De jaren dat ze op zondag bij ons was hebben mijn moeder een punthoofd bezorgd.
Van haar weet ik dat als oma vertrok, of wenste te vertrekken ze dat kenbaar maakte met een paar korte bevelen.
"Mijn jas,mijn tas,mijn hoed, mijn schoenen en mijn vlees."
Dat vlees? Zal wel zo zijn geweest dat mijn moeder dat op zaterdag voor haar haalde?
Hoe dan ook, de gevleugelde woorden van mijn oma zijn haar eeuwig bijgebleven.
Natuurlijk zijn daar veel grappen over gemaakt.
Mijn ma had geen makkelijke schoonouders. Mijn opa kwam toen ik nog een kleuter was geregeld bij ons langs. Kwam hij met "de kleine meid"spelen. Dat was ik.
Ik vond hem een lieve opa, ook al wist ie toen niet eens mijn naam meer wist.
Ineens kwam hij niet meer, opa was "kinds".
Opa was toen opgeborgen in Leiden in het ziekenhuis. Zijn vrouw woonde elders en voor de rest, wie er nog naar hem omkeek?
Vaag weet ik nog van de paniek, opa was in pyjama uit het ziekenhuis ontsnapt en met de trein naar Gouda gekomen. Alleen wist hij niet meer waar hij heen moest.
De laatste keer dat ik hem heb gezien, in het Maria paviljoen, de "gekkenafdeling" van het Jozef paviljoen.
Ik weet nog dat ik hem een nieuw speelgoedje wilde laten zien, maar er kwam taal noch teken.
Al snuffelend in de fotodoos kwam ik dit kiekje tegen, en schoot even in de lach vanwege de hoed.
Daar hoefde ze tenminste niet achterheen.
zaterdag 19 januari 2013
Zomers in Zeeland
Vroeger kwam ik geregeld in één van onze overzeese gebiedsdelen.
Dat klinkt als een verre reis, maar dat viel best mee.
Het was tenslotte geen reis naar de Antillen of Suriname, nee, naar minder exotisch Zeeuws Vlaanderen.
Maar joh toch, dat is toch geen overzee gebiedsdeel?
Eigenlijk wel. Om er over land te komen moest je via België, maar de kortere route was vanuit Brabant
rechtsaf en dan Walcheren op.
Voor de komst van de tunnel moest je vanaf Walcheren kiezen uit twee veerdiensten.
Wij namen dan die van Vlissingen naar Breskens omdat we daar moesten zijn.
En als kind vond ik het altijd geweldig daar heen te gaan. Het liefste met koffiestop bij het Grevelingenmeer en over die mooie Zeelandbrug.
Al dat water!
Maar soms gingen we via Roosendaal met koffie stop bij de Wouwse Plantage.
Ik begreep die naam nooit, maar plantage klonk me al exotisch in de oren.
Dan met de auto de pont op, via trap naar boven, door schuifdeuren en dan kon je binnen zitten.
Ik vond buiten altijd veel spannender. Je hoorde dan de toeter voor het afvaren, je zag de oever kleiner worden en het schuim van het water.
Voor mij was de reis al een feest.
Het logeren bij een tante was ook altijd een feest. Zij was getrouwd met een rasechte Zeeuw, eentje die elke dag wel even bij de boot (pont) ging kijken.
Een hardwerkende man, meubelmaker van beroep, op zondag in krijtstreep als ouderling naar de kerk.
Dol op vrouw en zijn 5 dochters en de katten.
En familie, altijd welkom.
In alle jaren dat ik hen kende zat hij met eten steevast aan het hoofd van de tafel, op een dekenkist.
Brood at ie niet van een bord maar van de broodplank. En veelal in zijn hemd.
Breskens was niet groot, in mijn kinderjaren stonden er veel bunkers. Als je ergens heen ging, kwam je overal bunkers tegen. Meer de binnenlanden in, lange smalle wegen over dijken met aan twee kanten bomen.
Ik weet nog de enige benzinepomp, de bakker, een winkel met nautische artikelen een erg leuke winkel met een Lego logo buiten aan de gevel.
Het huis, klein ,maar zo knus ook. En achteraf gezien met 7 mensen al vol, laat staan nog eens 4 erbij.
Soms met de nichten, allemaal ouder dan ik ben naar het strandje bij de vuurtoren.
Ik speelde vaak met een overbuurmeisje, maar grappig, als we er kwamen wist het halve dorp al dat de familie uit Holland kwam.
Breskens, ik heb er goeie herinneringen aan. Dat huis, ik zou er dolgraag in zo eentje wonen.
Zelfs al noemde men dat toen al eenvoudig.
Mijn laatste bezoek aan Breskens was de begrafenis van mijn tante. Breskens had ineens veel terrassen, het oude kerkje was er niet meer. Meer hotels, boetiekjes. Bijna een mondaine badplaats aan het worden.
De tunnel is er gekomen, Zeeuws Vlaanderen is bijna niet overzees meer.
Maar toch steeds nog een tikkeltje exotisch, ze staan tenslotte al jaren op de emigratiebeurs.
De grondlegster voor de zomers in Zeeland is de vrouw rechts. En die paling in galgenbadpak, tja, dat was mijn pa.
Dat klinkt als een verre reis, maar dat viel best mee.
Het was tenslotte geen reis naar de Antillen of Suriname, nee, naar minder exotisch Zeeuws Vlaanderen.
Maar joh toch, dat is toch geen overzee gebiedsdeel?
Eigenlijk wel. Om er over land te komen moest je via België, maar de kortere route was vanuit Brabant
rechtsaf en dan Walcheren op.
Voor de komst van de tunnel moest je vanaf Walcheren kiezen uit twee veerdiensten.
Wij namen dan die van Vlissingen naar Breskens omdat we daar moesten zijn.
En als kind vond ik het altijd geweldig daar heen te gaan. Het liefste met koffiestop bij het Grevelingenmeer en over die mooie Zeelandbrug.
Al dat water!
Maar soms gingen we via Roosendaal met koffie stop bij de Wouwse Plantage.
Ik begreep die naam nooit, maar plantage klonk me al exotisch in de oren.
Dan met de auto de pont op, via trap naar boven, door schuifdeuren en dan kon je binnen zitten.
Ik vond buiten altijd veel spannender. Je hoorde dan de toeter voor het afvaren, je zag de oever kleiner worden en het schuim van het water.
Voor mij was de reis al een feest.
Het logeren bij een tante was ook altijd een feest. Zij was getrouwd met een rasechte Zeeuw, eentje die elke dag wel even bij de boot (pont) ging kijken.
Een hardwerkende man, meubelmaker van beroep, op zondag in krijtstreep als ouderling naar de kerk.
Dol op vrouw en zijn 5 dochters en de katten.
En familie, altijd welkom.
In alle jaren dat ik hen kende zat hij met eten steevast aan het hoofd van de tafel, op een dekenkist.
Brood at ie niet van een bord maar van de broodplank. En veelal in zijn hemd.
Breskens was niet groot, in mijn kinderjaren stonden er veel bunkers. Als je ergens heen ging, kwam je overal bunkers tegen. Meer de binnenlanden in, lange smalle wegen over dijken met aan twee kanten bomen.
Ik weet nog de enige benzinepomp, de bakker, een winkel met nautische artikelen een erg leuke winkel met een Lego logo buiten aan de gevel.
Het huis, klein ,maar zo knus ook. En achteraf gezien met 7 mensen al vol, laat staan nog eens 4 erbij.
Soms met de nichten, allemaal ouder dan ik ben naar het strandje bij de vuurtoren.
Ik speelde vaak met een overbuurmeisje, maar grappig, als we er kwamen wist het halve dorp al dat de familie uit Holland kwam.
Breskens, ik heb er goeie herinneringen aan. Dat huis, ik zou er dolgraag in zo eentje wonen.
Zelfs al noemde men dat toen al eenvoudig.
Mijn laatste bezoek aan Breskens was de begrafenis van mijn tante. Breskens had ineens veel terrassen, het oude kerkje was er niet meer. Meer hotels, boetiekjes. Bijna een mondaine badplaats aan het worden.
De tunnel is er gekomen, Zeeuws Vlaanderen is bijna niet overzees meer.
Maar toch steeds nog een tikkeltje exotisch, ze staan tenslotte al jaren op de emigratiebeurs.
De grondlegster voor de zomers in Zeeland is de vrouw rechts. En die paling in galgenbadpak, tja, dat was mijn pa.
woensdag 16 januari 2013
De boomgaard
Tuinen, trends komen, trends gaan. De één houdt van buxus op stam, in een vorm geknipt, de ander van grote potten op vlonders.
Als iemand tegen mij zou zeggen, ga je gang, ontwerp een tuin, let niet op de kosten, ik zou helemaal gek worden.
Ik vind zoveel mooi. De Andalusische patio's, of een mooie grassentuin. Of toch maar een rotstuin?
Natuurlijk kan je niet alles klakkeloos zomaar ergens planten.
Van twee dingen zou ik zeker zijn, geen rozen, geen groot gazon.
Dan denk ik aan de ouderwetse "boerentuinen". Met een rij afrikaantjes (gruwel), de goudsbloemen, gladiolen en natuurlijk de duizendschonen. Veelal de firma kakelbont.
En past, daar verschijnt weer een beeld van vroeger. Stukje grasland naast de "steun" (schuine oprit naar de weg) waar je opzij van de boerderij kon zitten en naar de bloemen kijken. Braaf geplante rijtjes bloemen.
Ik meen dat er ook houten palen stonden met waslijnen, maar gezien de ligging van de varkenshokken bedenk ik nu dat het vreemd was.
Wat ik aan beplanting erg mooi vond, de boerenjasmijn. Die stond alleen tegen een een schuur een stuk verderop geplant, lekker te staan geuren.
Het was de tijd dat de namen van wilde planten mij onbekend waren, me totaal nog niet boeiden.
Boterbloemen, pinksterbloemen, madeliefjes, vergeetmenietjes en fluitenkruid, verder kwam ik niet.
Als ik nu denk aan de duizenden plantjes die ik voorbij ben gelopen zonder ze een blik waardig te gunnen...zucht!
Het mooiste aan boerderijen, een boomgaard. Niet van die nette rijtjes moderne fruitboompjes, maar die mooie soms stokoude hoogstam rassen. De roze appelbloesem, de witte perenbloesem, het rijpende fruit.
Hier en daar nog een verdwaald exemplaar met vergeten appelrassen. Soms trof je dan ook nog pruimenbomen en met extra veel geluk had men ook wat bessenstruiken.
Ik heb op zomerse middagen best wat aalbessen geritst en gesnoept van de witte kruisbessen.
Ik zou het allemaal weer willen doen. In de zomer in de schaduw van een boom met een vergiet naast me en bessen ritsen.
Hoe ik daar op kom?
Tja, weer eens een blik op een oude foto.
Oma en opa in de boomgaard, met tussen hen in hun zoons en voor hen de twee jongste dochters.
En de hond Prins.
Als iemand tegen mij zou zeggen, ga je gang, ontwerp een tuin, let niet op de kosten, ik zou helemaal gek worden.
Ik vind zoveel mooi. De Andalusische patio's, of een mooie grassentuin. Of toch maar een rotstuin?
Natuurlijk kan je niet alles klakkeloos zomaar ergens planten.
Van twee dingen zou ik zeker zijn, geen rozen, geen groot gazon.
Dan denk ik aan de ouderwetse "boerentuinen". Met een rij afrikaantjes (gruwel), de goudsbloemen, gladiolen en natuurlijk de duizendschonen. Veelal de firma kakelbont.
En past, daar verschijnt weer een beeld van vroeger. Stukje grasland naast de "steun" (schuine oprit naar de weg) waar je opzij van de boerderij kon zitten en naar de bloemen kijken. Braaf geplante rijtjes bloemen.
Ik meen dat er ook houten palen stonden met waslijnen, maar gezien de ligging van de varkenshokken bedenk ik nu dat het vreemd was.
Wat ik aan beplanting erg mooi vond, de boerenjasmijn. Die stond alleen tegen een een schuur een stuk verderop geplant, lekker te staan geuren.
Het was de tijd dat de namen van wilde planten mij onbekend waren, me totaal nog niet boeiden.
Boterbloemen, pinksterbloemen, madeliefjes, vergeetmenietjes en fluitenkruid, verder kwam ik niet.
Als ik nu denk aan de duizenden plantjes die ik voorbij ben gelopen zonder ze een blik waardig te gunnen...zucht!
Het mooiste aan boerderijen, een boomgaard. Niet van die nette rijtjes moderne fruitboompjes, maar die mooie soms stokoude hoogstam rassen. De roze appelbloesem, de witte perenbloesem, het rijpende fruit.
Hier en daar nog een verdwaald exemplaar met vergeten appelrassen. Soms trof je dan ook nog pruimenbomen en met extra veel geluk had men ook wat bessenstruiken.
Ik heb op zomerse middagen best wat aalbessen geritst en gesnoept van de witte kruisbessen.
Ik zou het allemaal weer willen doen. In de zomer in de schaduw van een boom met een vergiet naast me en bessen ritsen.
Hoe ik daar op kom?
Tja, weer eens een blik op een oude foto.
Oma en opa in de boomgaard, met tussen hen in hun zoons en voor hen de twee jongste dochters.
En de hond Prins.
Abonneren op:
Posts (Atom)





